Archive for januari, 2010

PTT

januari 31, 2010

Ik liet gisteren iemand de flat binnen die zei dat ze van de PTT was. ‘Oh, ok,’ zei ik, terwijl de PTT al jaren TNT is, en ik dat best weet, en eigenlijk nooit de deur (het ging om de benedendeur van de flat, niet mijn eigen voordeur) open doe voor vreemden. Vreemd was het, en ik vraag me af wat ze kwam doen.

Advertenties

Kinderbewaarplaats

januari 29, 2010

Muzikant

januari 28, 2010

Mijn vriend de dakloze alcoholist (degene die me ooit een hap van zijn brie aanbood) blijkt muzikant te zijn. Hij heeft een baan, tegenwoordig, of een taakstraf – hij ruimt in een fluorescerend hes vuilnis op – en had me zien lopen met piano en gitaar. ‘Dat wist ik helemaal niet van je,’ zei hij bewonderend, en daarna vertelde hij over al zijn instrumenten. Ik luisterde even beleefd, maar excuseerde me voor hij me uitnodigde te komen kijken. Hij heeft me al eens eerder gevraagd of ik een relatie met hem wil (‘Het zou op niets uitlopen,’ zei ik toen, ‘we passen niet bij elkaar’) dus dat onderwerp probeer ik te vermijden. En bovendien, ik heb wel wat anders aan mijn hoofd.

Seven small birds

januari 26, 2010

Hier.

Als kool

januari 22, 2010

Doe mij ook wat van die dubbelgekookte heroïne

januari 21, 2010

Deel 1.
Deel 2.

doodstraf

januari 20, 2010

Ik ben tegen de doodstraf maar soms ben ik geneigd een uitzondering te maken. Voor deze man bijvoorbeeld

kerst met de kapper

januari 20, 2010

‘Zo en hoe was jouw kerst?’ vroeg de kapper gisteren terwijl ze me via de spiegel lachend aankeek.
Ik keek een beetje glazig terug en ik dacht versta ik het wel goed?
‘Ik doe het nooit meer’ antwoordde ik een beetje op goed geluk maar met een zelfverzekerde glimlach.
De kapper keek nu heel verward. ‘Oh, joh’ zei ze. ‘O, nou…uh…’
Ik voelde me ineens heel tevreden.

Illusie

januari 19, 2010

‘Zag je wat er met die boot gebeurde?’ vroeg de man op het strand. Hij zwaaide opgewonden met zijn handen. ‘Nee,’ zei ik, vriendelijk doch afstandelijk. ‘Hij verdween zo in de mist. Eerst was hij er nog, en toen opeens niet meer. En het was net of hij omhoog ging.’ De man wees naar boven. ‘Het was een illusie.’ Ik knikte, glimlachte vaag, en liep verder. ‘Echt hoor,’ riep de man me na.

uitzonderlijk

januari 19, 2010

Zondag was ik ziek. Maar er waren twee belangrijke dingen. Zij was jarig in Den Haag en hij had in Maastricht de opening van zijn eerste expositie.

Ik reisde eerst naar Den Haag met een zelfgemaakte taart op schoot en toen via Rottterdam naar Maastricht. Zonder taart dit keer maar met een wagonlading papieren zakdoekjes. Ik was een beetje duizelig omdat ik heel verkouden was en ik probeerde wakker te blijven. Ik wilde niet het risico lopen in Brussel wakker te worden of erger: op een onbekend rangeerterrein. Als ik ziek ben kan ik dat niet hebben. Ik las ‘this book will save your life’ uit, eindelijk. Het is een goed boek en het gaf me een hoopvol gevoel. Ik kwam aan in een stad waar verklede mensen woest om zich heen trompetterden en waar andere mensen trots achteraan liepen. Hoempapa Hoempapa deed iedereen, het verveelt de Maastrichtenaren blijkbaar echt helemaal nooit. Gelukkig heb ik voor dat soort momenten altijd mijn Ipod bij me en ik luisterde naar Welcome to the Jungle terwijl ik me een weg baande door clowns en meters roze tule. Ik kwam aan bij een heel groot huis, een kruising tussen een huis, een kantoor en een galerie. Een mooie plek. Het was druk binnen met mensen en met kunst. En met oude vrienden en bekenden en ik weet niet of het daardoor kwam maar ik voelde me ineens beter op een soort zweverige manier. Ik voelde me alsof ik drugs had gebruikt maar dat had ik niet want ik vind drugs nogal kinderachtig. Maar alles klopte. Het werk was heel goed en het hing goed, zorgvuldig en met aandacht, de mensen waren leuk, er was brood en lekkere kaas en soep en iemand zong een weemoedig lied dat ook grappig was. Ik moest al veel te snel weer weg maar dat had ook wel weer iets romantisch. Op het station at ik patat. Een oudere man probeerde me te interesseren voor zijn verhalen over vliegen en reizen. Ik negeerde hem en het duurde lang voordat hij het doorhad. In de trein terug schreef ik een brief aan niemand in het bijzonder. Het was een uitzonderlijke dag.